How it began: Coromacy 2020 (2)

Lente 1901

Online spelen allemaal goed en wel, maar ik laat de kans niet lopen om mijn exemplaar van Diplomacy ook fysiek op tafel te krijgen

Nog vóór het spel begonnen is, besef ik dat ik dit volledig verkeerd ingeschat heb. Ik had me voorgesteld dat dit zou starten als een spelletje Small World: iedereen start met veroveringen van lege gebieden en breidt geleidelijk zijn rijk uit, en pas na enkele beurten, als de kaart volledig bezet raakt en de wereld ‘te klein’ wordt, worden de messen boven gehaald. Ik ging er ook van uit dat het backstabben waar Diplomacy zo bekend om staat, iets was voor later in het spel. Niet is minder waar, zo blijkt. Door mijn eerste seizoen te plannen, besef ik dat we niet al te lang met 7 grootmachten in het spel zullen zijn. De eerste verbroken beloftes gebeuren waarschijnlijk al in de allereerste speelbeurt, en ik vermoed dat minstens één speler al snel beseft om kansloos te zijn. Maar wie wordt dat?

De eerste zetten moeten nog gedaan worden, en ik zit al verscheurd tussen verschillende voorstellen. Turkije wil dat ik de Zwarte Zee openlaat als strategisch essentieel gebied voor de Turkse verdediging. Oostenrijk beweert een deal te hebben met Italië omtrent het gezamenlijk veroveren van de Balkan en stelt voor een inval door mijn troepen in Duitsland te steunen. De enige afspraak waar ik op dit moment denk gerust in te kunnen zijn, is met Engeland: Engeland neemt Noorwegen in, ik krijg Zweden.

Voorjaar 1901: de eerste orders worden gegeven

Er volgt een heel weekend overleg, vooral intensief heen-en-weer met Oostenrijk. We komen overeen om elkaar te vertrouwen: ik ga naar Gallicië maar val dan van hieruit Roemenië aan, zodat Gallicië weer vrijkomt. Oostenrijk neemt naar eigen zeggen een groot risico door mij in Gallicië toe te laten, en vraagt in ruil dat ik niet vanuit Moskou naar Oekraïne trek. Ik stuur het leger dan maar noordwaarts, naar Sint-Petersburg, in de hoop dat ik in het najaar kan landen in Zweden. Fingers crosssed…

 

 

 

 

 

 

Najaar 1901

Jusqu’ici, tout va bien…” Ik probeer voorlopig iedereen tegelijk te vriend te houden, en dat vraagt veel overleg. De Turkse sultan voelt nattigheid nu Oostenrijk mij ongehinderd Gallicië laat innemen. Ik probeer duidelijk te maken dat ik onze afspraak (een geplande stand-off in de Zwarte Zee) respecteerde en dat het optrekken van zijn leger naar Armenië de enige agressieve zet tussen ons was. In het noorden laat ik mij in overleg met Duitsland alsnog overtuigen om toch naar Noorwegen te trekken. Ik redeneer dat ik toch ooit moet beginnen met vijanden te maken, dus waarom nu niet. Achteraf gezien een foute beslissing, want Engeland zal me omwille van deze zet doorheen de rest van het spel niet meer vertrouwen.

Frankrijk en Italië botsen een eerste keer in Piëmonte, de andere grootmachten zijn vooral nog positie aan het innemen.

De Russische sultan voelt nattigheid

 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *